U bent hier: >> Gezegende Timoteüs-cursussen in Bidnew en Boma (op Papoea)

Gezegende Timoteüs-cursussen in Bidnew en Boma (op Papoea)

In de afgelopen twee maanden waren ds. Jan (JBK) de Vries en zijn vrouw Hennie op Papoea, op uitnodiging van CEVEO. In flink wat GGRI-gemeenten verzorgen ze Timoteüs-cursussen, gebaseerd op de internationale Timothy Leadership Trainingen (TLT). Deze meerdaagse trainingen zijn erop gericht om de leiders (mannen en vrouwen) in de kerken op Papoea te trainen in praktische kennis en vaardigheden, zoals pastoraat, gezinsleven en rentmeesterschap. Bijgaand de aantekeningen uit hun reisdagboek, van de laatste twee trainingen in Bidnew (14-18 mei) en Boma (18-25 mei).

Op reis naar Bidnew
Maandagmorgen om 8 uur was Okto bij ons. Hij vertelde dat hij iemand anders gevonden had om met ons mee te gaan naar Bidnew en Boma. Dat was Metus Dombon, de zoon van de in de negentiger jaren overleden ds. Isai Dombon. Ds. Dombon was als predikant in Manggelum begonnen en had daarna in Kouh gestaan. Daar is hij overleden; zijn zoon Metus was toen 3 jaar en kan zich zijn vader niet herinneren. Om 20 voor 9 gingen we naar de Digoel. Het was 20 over 10 toen het vliegtuig kwam. De vlucht naar Bidnew duurde ongeveer 25 minuten. Voor Metus was het de eerste keer dat hij vloog.

Prauw
Bidnew ligt aan een meer, dat op allerlei plaatsen ondiep is; dat is te zien aan een soort gras of riet, dat het oppervlak bedekt. Dat had nu ook de steiger afgesloten, zodat het vliegtuig een flink eind van de oever stopte. Er kwamen 3 prauwen aan en in één ervan zat Katarina, de vrouw van ds. Petrus Besagi. Ze was heel blij dat we gekomen waren en vertelde, dat haar man er niet was; men wist niet, dat wij vandaag zouden komen. Hoe de communicatie (of het gebrek er aan) gewerkt heeft, is ons niet duidelijk geworden.

Onderdak
Per prauw gingen wij en onze bagage naar het dorp; we moesten ook nog een stukje door het moeras lopen. We kregen voorlopig een plekje in het dorpshuis; er was immers niet op ons gerekend. Toen ds. Besagi weer in het dorp was, werd besloten, dat we in het dorpshuis konden blijven. Een interessant gebouw: het heeft 6 deuren, die geen van alle goed sluiten! Brutale, hongerige honden wisten binnen te komen. Het eten lag over de grond en ze hadden zelfs kans gezien om zakjes gebakken pinda’s uit onze weekendtas te roven. Van de resten genoten vele mieren. Later op de dag zorgde de zoon van ds. Besagi er voor dat elke deur gesloten kon worden, met een kromme spijker of een houtje. Ds. Besagi was meerdere malen naar Senggo geweest (1 uur met de speedboat) om Okto te bellen en te vragen naar de datum van onze komst. Maar er werd niet opgenomen (het huis van Okto staat in Tanah Merah, op een plek waar geen mobiel bereik is…).

Primitief
Er was geen elektra in het dorpshuis en daarom kregen we een leeg blikje met een lontje, waar petroleum in zat en dat als lampje dienst deed. Al met al was Bidnew de meest primitieve plek waar we deze cursusperiode geweest zijn. Katarina heeft samen met haar dochters en een paar andere vrouwen heel goed voor ons gezorgd. Zij is de ‘moeder’ van het dorp.

Cursus in Bidnew
De Timoteüs-cursus Pastorale zorg werd gegeven in het schoolgebouw, waarvan een aantal ruiten gesneuveld was; er lag nog glas op de stoep van de school. Dinsdag kwamen er 12 cursisten, waaronder 1 vrouw; later kwamen er nog een paar mannen bij. Het liep eerst wat stroef, omdat de meesten het Bijbelvers niet konden vinden of konden lezen. Ds. Besagi en Metus hielpen goed mee. Het werken in groepen was iets nieuws, maar ze vonden het wel leuk.

Dinsdagmorgen waren de meesten al aanwezig, toen de bel geluid werd! In de bespreking werd duidelijk, dat men ‘zegen’ als materiele vooruitgang zag. Maar het gaat natuurlijk om geestelijke zegen. Het is de bedoeling, dat in de groepen alle vragen gemeenschappelijk behandeld worden. Maar 1 groep deed het anders: de vragen werden over de groepsleden verdeeld en zo was die groep snel klaar. De bedoeling van het werken in groepen is juist om met elkaar in discussie te gaan. Dat viel dus weg bij deze groep.

Het lukte ook van alle cursisten een werkplan te krijgen. Vrijdagmorgen kregen we de laatste binnen. Ook in Bidnew was men enthousiast over de cursus. De eerste bekeerling in Bidnew zei, dat mensen, die zwak stonden in het geloof, door deze cursus weer in het geloof konden groeien. De cursus liet zien hoe je met God moet leven.

Overhaast vertrek…
Vrijdagmorgen was het van 8 tot 10 uur nog cursus. Het vliegtuig zou om 1 of 2 uur komen, had de piloot gezegd; dus dan hadden we nog wel even tijd. Pogingen om MAF-Merauke over de aankomsttijd te bellen met de satelliettelefoon hadden geen succes: het nummer was in gesprek. Om 11 uur zouden we afsluiten met een gezamenlijke maaltijd in de school. Juist op het moment, dat ds. Besagi zou voorgaan, klonk het geluid van een vliegtuig. Het was het amfibievliegtuig van de MAF. Wat een teleurstelling voor de cursisten en ons. Het afsluiten met een gezamenlijke maaltijd wordt beleefd als een hoogtepunt. De vrouwen hadden uren gewerkt… We verlieten in allerijl de school, verzamelden onze bagage en gingen op weg naar het meer. Een prauw bracht ons bij het vliegtuig.

Naar de kerk in Boma
Vanaf Bidnew was het 15 minuten vliegen naar Boma over moerassen. Toen we aankwamen werden we opgewacht door mevr. Korwa, samen met een aantal kinderen van de zondagschool. Op Pinksterzondag zijn we ‘s morgens en ’s middags naar de kerk geweest. De opkomst in de middagdienst viel ons heel erg mee. De morgendienst begon met een kwartier mededelingen. Daarbij werden ook de bomaanslagen in Surabaya vermeld, die gericht waren op een rooms-katholieke, een protestantse en een pinkster kerk. Daar werd voor gebeden en de dominee spoorde iedereen aan om er ook persoonlijk voor te bidden.

Dominee Hugagi
Vorig jaar heeft ds. Hugagi, de predikant van Boma, een zoon van 9 jaar verloren. We zijn bij hem en zijn vrouw op bezoek geweest om hen te condoleren. Hij is in de rouw en heeft sinds het overlijden niet meer gepreekt, maar alleen nog doop en avondmaal bediend. Na 20 jaar werken in Boma hoopt hij op een beroep naar een andere gemeente. Tijdens de cursus heeft hij ons alle mogelijke medewerking verleend.

Cursus in Boma
Maandagmiddag om vier uur hebben we de cursus geopend; er kwamen toen ongeveer 20 personen. Later kwamen er ook deelnemers uit Uni en Fifiro bij. Dinsdagmorgen wilden we om 8 uur beginnen, maar het goot van de regen. Om iets na 9 uur konden we toch beginnen. Toen waren er 45 personen; 20 uit Boma, 9 uit Fifiro en 16 uit Uni.

Dit was de cursus over preken; een jaar geleden hadden we het eerste deel van de cursus gedaan. Dit keer deden we het tweede deel. Dat bestaat vooral uit oefeningen in het maken van preken. We hebben de manier van werken uit het eerste deel natuurlijk weer uitgelegd. We hadden ook een handleiding met punten voor het maken van een preek geplastificeerd en uitgedeeld. Ze kregen opdracht een preekvoorstel in te leveren over een tekst uit Efeze.

Woensdag werden er 20 voorstellen ingeleverd. Ik heb ze allemaal doorgelezen en van commentaar voorzien. De volgende opdracht was: een preekvoorstel  maken over een tekst uit 2 Korinthe. Die werd ’s middags in geleverd.

Preekvoorstellen
Er werd ook in 4 groepen gewerkt. Elke groep kreeg een andere tekst om een preekvoorstel over te maken. Een 5de groep bestond uit mensen, die niet konden lezen en schrijven. Daar hebben ds. Hugagi en ik ons op gericht. De vier preekvoorstellen uit de groepen heb ik ook nog beoordeeld. Er zat vooruitgang in. Als reactie op de cursus werd opgemerkt: waarom hebben we deze uitleg vroeger niet van de zending gehad? Ze voelden zich gezegend met een dergelijke cursus.  Tot slot moesten alle deelnemers een werkplan inleveren en dat hebben ze ook gedaan.

Stamgodsdienst
In de cursus heb ik bij het onderwerp toepassing geregeld teruggegrepen op de stamgodsdienst. B.v. God als bron van troost (2 Korinthe 1:3), omdat Hij zijn Zoon onze schuld heeft laten betalen. Zijn de goden en machten uit de stamgodsdienst ook een bron van troost? Antwoord: nee, die stellen vooral eisen waaraan je moet voldoen. Er zijn zelfs christenen, die elke maand offers brengen aan Rebabu, de god van de Kombai en Korowai. Het werd ook duidelijk, dat heilsbewegingen (cargo cults) enorme aantrekkingskracht hebben. Dat is de verwachting, dat de messias van de stam eens terugkomt om de poort van de dood te sluiten en zijn aanhangers rijk te maken. Christenen trokken ook massaal naar een “profeet” in de omgeving van Boma, die de komst van deze messias aankondigde. Maar deze messias heeft zich volgens de stamgodsdienst niet opgeofferd voor zijn volgelingen.

Een probleem voor de predikers in Papoea is een brug te slaan van de tekst in de Bijbel naar het leven nu. Ze hebben het best wel over het “nieuwe leven”. Maar het is vaak niet duidelijk wat nu bij het “oude” heidense leven hoort en wat het “nieuwe” leven betekent. Bijvoorbeeld in geval van ziekte. Dan wordt heel vaak door christenen de hulp van een toverdokter ingeroepen. Het werkt toch!

Het geloof in zwarte magie brengt bij sterfgevallen de familie ertoe een schuldige aan te wijzen en betaling te eisen. En daar wordt ook bijna altijd op ingegaan.

Een andere zaak: een vrouw vertelde Henny, dat ze in de Kombai-taal christelijke liederen maakt om God te loven. Maar in die liederen noemt ze God: Rebabu. Dat brengt natuurlijk grote verwarring en vermenging van de christelijke belijdenis en het heidense geloof. Men moet kiezen: of Rebabu, of God, de Vader van Jezus.

Mythe
Op een avond kwamen er drie vrouwen bij Henny, die fluisterend een verhaal vertelden: ‘Een jonge vrouw was zwanger en niemand wist hoe dat kon. Ze zei, dat ze aan de oever van de rivier uit een holle bamboe had gedronken en daarna zwanger was. Ze bracht een zoon ter wereld. Toen hij ouder was, ging hij op zoek naar zijn vader. Uiteindelijk maakte hij een grote stapel brandhout, goot daar petroleum overheen en ging erop liggen. Hij stak het aan en verbrandde tot as. In Nederland kwam hij weer tot leven; eens zal hij met een boot weer naar Papoea komen, naar zijn stam en hun heel veel geluk brengen. Daarom zijn Nederlanders en Papoea’s familie.’ Daarom hadden ze tegen mij gezegd: U bent in uw voetstappen teruggekeerd. Ik werd dus verbonden met de mythe.

Vertrek
Vrijdag kwam het amfibievliegtuig. Het was nieuw en bestemd voor Kalimantan. Het werd door piloot Tom Bolser uitgetest. Hij moest naar Sentani. Vlak na een hevige regenbui kwam het vliegtuig. Hij bracht onze helper Metus Dombon naar Tanah Merah. Dat was een bewogen afscheid, nadat we 14 dagen samen optrokken. Vandaar vlogen hij naar Sentani. We hoefden dus niet over te stappen!

In Sentani werden we opgewacht door Peter Jan, die ons naar het gastenhuis van de New Tribes Mission bracht. Peter Jan en Maaike vertrokken enkele dagen later om voor langere tijd naar Nederland te gaan. Ze gingen eerst naar Raja Ampat, in het noordwesten van Papoea. We hebben hen naar het vliegveld gebracht en de auto bij hun huis neergezet voor de huurders, die een deel van het huis gehuurd hebben.

We zijn nog een paar dagen in Sentani geweest en zijn donderdag vertrokken naar Jakarta. Daar hebben we overnacht en toen het vliegtuig naar Dubai genomen. Na de overnachting daar vertrokken we naar Schiphol en kwamen daar zaterdagavond om half 8 aan. Na overnachtingen bij kinderen kwamen we maandagavond gezond en wel tegen tienen weer aan in Balkbrug. Na 2 maanden weer thuis!

De Vries

Wie geïnteresseerd is in de vorige verslagen, de periode april-mei 2017 en oktober-december 2017, kan die ontvangen. Vraag het via e-mail devries.jbk@gmail.com, en het wordt toegestuurd.

Print Friendly, PDF & Email