U bent hier: >> Enthousiasme in Binamzain!

Enthousiasme in Binamzain!

Zondagmorgen vroeg. Ik lig in bed en draai me nog een keer om. Mijn reisgenoot is ook nog in diepe rust. Die lange vaartocht over de Brazza- en Eilandenrivier in de bush van Papoea was gisteren best vermoeiend. Het was al donker toen we in Binamzain aankwamen. Daar moesten we natuurlijk eerst eten en vooral bijpraten met ds. Herman Korwa en zijn vrouw Sely. Gezellig. Maar daardoor gingen we pas laat naar bed. En uitslapen is er vanmorgen niet bij. Hoor, daar klinkt de kerkbel al. Hoe laat is het dan? Half zes! De bel van opstaan, wassen en ontbijten. Over een uur begint voor de kinderen de zondagsschool. En over twee uur de kerkdienst.

Een bijzondere zondag

Hier in Binamzain beleven we het hoogtepunt van onze reis. Van elke dag zeggen we ‘s avonds tegen elkaar: “Het was een mooie dag.” Maar deze zondag in Binamzain is wel de allermooiste, vind ik. Echt een topdag! Voor de gemeente hier wordt deze zondag een groot feest: vanmorgen geloofsbelijdenis en doop, vanmiddag avondmaal. En wij – hoe komt het zo uit! – mogen daarbij zijn en eraan meedoen. Wij zijn er op deze bijzondere dag getuige van dat de zusterkerk op Papoea (afgekort: GGRIP) echt een levende en groeiende kerkgemeenschap is. Om God voor te danken.

Op bezoek bij zusterkerken

Namens Deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) brengen wij, Johannes Veldhuizen en Henk Venema, een bezoek aan de Gereja-Gereja Reformasi di Indonesia, Papua (GGRIP), de zusterkerk die uit de zending van de GKv is voortgekomen – en aan de Gereja Kristus Tuhan (GKT) op Oost-Java, een kerk waarmee de GKv in nauw contact is. Meestal gaan de BBK’ers op reis wanneer er door een buitenlandse zusterkerk een synode wordt gehouden. Dat is bij de GKT inderdaad het geval. Maar omdat er op Papoea al een tijdje geen synode meer geweest is, bezoeken we daar deze keer een aantal plaatselijke gemeenten. Met de bedoeling om elkaar te bemoedigen en te motiveren, elkaar te ondersteunen en te informeren.

Lang onderweg

Zo zijn we begonnen in Merauke aan de Zuidkust, waar de gemeente gemiddeld heel jong is door het grote aantal studenten, net als in Waena aan de Noordkust. Vandaar zijn we naar Tanah Merah doorgereisd, de hoofdstad van de regio Boven-Digoel, waar de GGRIP maar liefst drie gemeenten heeft. Nu zitten we een paar dagen in Binamzain, een grote gemeente in het binnenland met veel evangelisatieposten. En daarna hopen we nog enkele dagen in Sentani/Waena te verblijven voor gesprek en ontmoeting daar. Omdat je op Papoea nooit iets even vlug doet, duurt deze bezoekronde al met al bijna drie weken. Om van Tanah Merah in Binamzain te komen zijn we twee dagen onderweg. We maken een ommelandse reis via Sentani en Dekai, terwijl het rechtstreeks een halfuurtje vliegen zou zijn. Maar helaas, het watervliegtuig van de MAF is niet beschikbaar. De piloot is op verlof.

Bemoedigenden ontmoetingen

Overal waar we komen, hebben we goede gesprekken met kerkenraden en voorgangers, met gemeenteleden en jongeren. We horen over de sterke en zwakke kanten van de GGRIP. Naar die sterke punten moeten we wel eens expliciet vragen, omdat iedereen – wij ook – toch wel geneigd is om de zwakten uit te vergroten. En nog niet eens zozeer met de bedoeling om om hulp te vragen. Op onze beurt brengen wij de GGRIP op de hoogte van de recente ontwikkelingen in de GKv, zoals over de voorgenomen eenwording van GKv en NGK en over MVEA: man, vrouw en ambt. Vooral het laatste onderwerp levert overal veel discussie op, zowel kritisch als sympathiek. Dat was ook wel te verwachten. Maar wat we heel duidelijk proeven in al die gesprekken die we samen hebben, is een hartelijke verbondenheid en wederzijdse betrokkenheid. Het zijn, zoals gezegd, stuk voor stuk mooie en bemoedigende ontmoetingen.

Binamzain
De kerk is, op het moment dat wij aankomen, al propvol.

Een propvolle kerk

Terug naar Binamzain. We zijn op tijd klaar en voegen ons bij de vele kerkgangers, die voorbij komen lopen. Omdat een groot deel van Binamzain bij hoog water overstroomt, loopt er een brug door het hele dorp (net als vroeger de veenbruggen in Drenthe). Soms liggen de planken los of zijn half verrot. Spijkers steken omhoog uit de draagbalken waar de vermolmde planken zijn verdwenen. Hier en daar liggen nieuwe planken, die tenminste wat houvast geven. De kerk staat op een hogere plek en is gewoon op het zand gebouwd. Een groot gebouw met een gaaf plafond en een mooie tegelvloer. En, op het moment dat wij aankomen, al propvol. Een van de ouderlingen staat voorin de kerk en geeft commando’s aan de nog binnenkomende kerkgangers. Hij wijst ook de jongeren, die belijdenis gaan doen, en de doopouders hun plek voor in de kerk. Zo nu en dan wordt er iemand van hen naar de kerkenraadskamer geroepen. Kennelijk moeten de exacte persoonsgegevens nog even worden gecheckt. De dienst begint een half uur later dan gepland, maar tijd speelt hier geen rol. Het gaat er allemaal even relaxed aan toe. Wat een weldaad, als je de klok buiten de deur kunt houden.

‘Ja, ik geloof!’

We zingen, we bidden, we luisteren. Ds. Herman Korwa gaat voor, duidelijk en helder. Mijn gedachten vliegen even naar vroeger, naar de 80’er jaren, toen ik hem als student in de klas had en hij bij een examen de vragen altijd beantwoordde met ellenlange verhalen. Dan zat het goede antwoord er vast wel in. Zo weifelend als toen is hij nu niet meer. Integendeel. Hij staat daar nu als een ervaren en zelfverzekerde voorganger. Ik zie hem als een zeer gewaardeerde collega, die samen met zijn vrouw en kinderen trouw en standvastig al bijna 20 jaar lang zijn werk doet op deze ver afgelegen plaats. Omdat God hem hier roept. En omdat de mensen hier zijn hart hebben. Dat laatste is overduidelijk te merken, wanneer hij na de preek de bekende vragen stelt aan de jongeren die belijdenis van hun geloof willen afleggen. Een voor een noemt hij de namen. Tientallen keren klinkt het antwoord, soms luid, soms haast niet te horen: “Ja, ik geloof!” Dan knielen ze neer en ontvangen ze van hem de zegen. Ze blijven geknield zitten, tot hij hen één voor één overeind helpt. Indrukwekkend, ontroerend.

‘Ik doop je…’

Dan volgt de doop. Eerst die van een flink aantal kleine kinderen voor in de kerk. Voor hij de kleintjes doopt, legt hij eerst even zijn hand op hun hoofd om ze gerust te stellen. Hij checkt de naam van het kind met de ouders. Daarna komt het water. Keer op keer klinken de woorden: “Ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Enkele volwassenen worden in het beekje vlak bij de kerk gedoopt. Ze verdwijnen een moment onder water en worden door hem weer omhoog getrokken. Zoals water het vuil wegwast, zo neemt Christus’ bloed de zonden weg. Waar je ook leeft: in een Nederlandse stad of in een afgelegen dorp in het oerwoud, God is de God van de hele wereld. Wie je ook bent… als je gelooft in Jezus Christus als jouw redder, krijg je een nieuw leven. De kerkdienst wordt op de oever van de beek beëindigd. Ieder krijgt Gods zegen mee.

Binamzain
“Ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.”

‘Eet, drink en geloof!’

’s Middags komt voor de gemeente van Binamzain het vervolg: de viering van het avondmaal. De kerkenraad heeft mij gevraagd om in die dienst voor te gaan. Dat doe ik graag. Ik vraag de gemeente, met name de jongeren die net vanmorgen hun geloof hebben beleden en die vanmiddag voor het eerst het avondmaal meevieren, om nu ook de juiste geloofshouding aan te nemen: Blijf schuilen onder Gods beschermende hand en verzet je tegen Satan. Wees er zeker van dat God zelf je daarbij helpt (1 Petrus 5:6-11). Dan
komt de viering van het avondmaal. Het duurt even voor ieder aan tafel zit (niemand wil natuurlijk vooraan zitten, of in het midden). Maar dan volgt er opnieuw zo’n ontroerende gebeurtenis: door samen te eten en te drinken getuigen we van onze eenheid in Christus. Hoe verschillend we ook mogen zijn, in het geloof zijn we één. Voor ieder van ons gaf Christus zijn lichaam en bloed. Om ons voor altijd te bevrijden.

Vroeger en nu

Na de kerkdienst – het is buiten al aardedonker – is het nog niet afgelopen. O nee, we gaan nog niet naar huis. Johannes, mijn reisgenoot, gaat ook nog wat zeggen. Over het doel van ons bezoek, over de nauwe relatie tussen hen (GGRIP) en ons (GKv). En als hij dan van wat we vandaag samen in de kerkdiensten hebben mogen beleven teruggaat naar vroeger, toen Binamzain ‘geopend’ werd, en hij vraagt of er mensen in de kerk aanwezig zijn die dat eerste begin hebben meegemaakt, dan is de tijd echt helemaal vergeten. Dan komt Filipus overeind: “Ik was erbij.” En ja, dan moet er worden bijgepraat over vroeger en over nu. De geschiedenis komt tot leven. Hoe laat we weer terug zijn in huize Korwa, ik weet het werkelijk niet. Maar het enthousiasme waarin we vandaag in Binamzain werden ondergedompeld, zal ik nooit vergeten. Dat warme bad wens ik iedere gelovige en elke gemeente toe. Laat Binamzain een aanstekelijk voorbeeld zijn!

Dit artikel stond op 31 augustus 2019 in de Gereformeerde Kerkbode van Noord-Nederland. Klik hier om het oorspronkelijke artikel te downloaden.

Print Friendly, PDF & Email